wedvlucht-verslag · juli 2007

2007: De Start

De Marathon- (overnachtfond-)spelers hebben hun klassieker Sint-Vincent erop zitten. Met een windje mee hebben veel duiven gedurende de neutralisatietijd doorgevlogen. Mijn eigen duiven presteren beter onder zware omstandigheden, als de snelheid richting 1000 meter per minuut gaat en de zon hoog aan de hemel staat. Maar ook op deze snelle vluchten dien je erbij te zitten. Voor mijn gevoel had ik ze in perfecte conditie ingekorfd. Helaas zat ik met 8.50 uur op een afstand van 1000 km niet vroeg. Je vraagt je dan af: hoe kan dit nu? Wat doen degenen die wel vroeg zitten anders? Op zowel Bordeaux als nu draai ik een prijzenpercentage van 33%. Ook missen al mijn getekende duiven.

Op de zaterdagavond van de lossingsdag was ik samen met mijn vrouw en nog drie stel buren naar het concert van Guus Meeuwis in het PSV-stadion. Tijdens het concert kregen we één klein regenbuitje over ons heen, en verder veel bier. Het waaide niet erg hard en het was vooral donker buiten. Ik had niet verwacht dat de duiven zo lang ’s nachts zouden doorvliegen. Toch heb ik om 2 uur ’s nachts het elektronische kloksysteem aangezet, samen met de afstandspieper — je weet maar nooit.

Op de maandagavond voor de inkorving van Sint-Vincent kwam mijn vader met zijn Sint-Vincent-ploeg naar Tilburg. Deze moesten een dag voor de inkorving in de avonduren nog een training maken van 100 km. Deze duiven waren minder in conditie dan mijn eigen duiven — ik vond ze nog wat licht en met weinig vlees, en het vlees op hun borstbeen minder glad en roze dan van mijn duiven. Van Sint-Vincent treft mijn vader om 6.30 uur een duif aan op de klep, op een afstand van 1070 km. De duif kan er al wel 30 minuten gezeten hebben, omdat er nog niet consequent werd opgelet — ze werden nog niet verwacht. Hoe het kan dat duiven die er minder goed uitzien toch beter komen, heeft misschien te maken met wat we oplopen in de mand noemen. Toch blijft het raar dat je aan het uiterlijk moeilijk kunt voorspellen welke duiven eerder zullen komen. Met 4 van de 8 duiven in de prijzen en 1 vroege duif is dit geen slecht resultaat.

Vragen waar ik mee blijf zitten:

  1. Misschien had ik na Bordeaux beter moeten reinigen en kuren tegen het geel?
  2. Is mijn training te veel gericht op duur en te weinig op snelheid?
  3. Doordat de lampen nu langer branden, is er minder nachtrust.
  4. Het weer vooraf was vochtig — misschien stuur ik daar nog niet voldoende op.
  5. De pinda’s waren van een ander merk dan ik normaal gebruik.
  6. De duiven trainden goed, maar dat komt doordat ik ze met de vlag dwing te trainen.
  7. De kwaliteit van de duiven?
  8. Had ik de duiven misschien meer moeten invliegen, met nog een extra trainingsvlucht vlak voor het inkorven?
  9. Waarom had ik geen van mijn getekende duiven op tijd? Juist deze duiven hebben eerder bewezen de Marathonvluchten aan te kunnen.

Kortom, genoeg vragen om me de komende tijd mee bezig te houden.

Duivensport is ook hopen dat het de volgende vlucht beter gaat.

Vanuit Winning hoop ik van collega-auteurs nog lang leerzame artikelen te mogen lezen, zodat ik mogelijk op alle vragen een antwoord krijg. Als het goed gaat, is duivensport eenvoudig. Valt het tegen, dan is het zoeken naar hoe het beter moet — en ik denk dat veel mensen met die zoektocht bezig zijn.

De eerste jonge duiven zijn in hun nieuwe onderkomen gezet: een hokje met daaraan een ren. Nieuwe hoop voor de toekomst!

Ik wens iedereen een goed vervolg van het seizoen toe.

Henk Berends

← Terug naar alle verhalen