Africhten en training



Jonge duiven, zelf africhten
Verliezen bij jonge duiven en jonge-duivenziektes komen in dit hok nauwelijks voor. De jonge duiven krijgen alle tijd om rustig uit te groeien en worden als jonge duif zelf afgericht tot 65 km. Pas als jaarling gaan ze serieus aan de bak: dan voor het eerst de mand in met de vereniging, en uiteindelijk een kortere Marathonvlucht van 900 km.
De jonge duiven wonen in een hok met ren erbij, lekker buiten om uit te groeien. Qua voer krijgen ze hetzelfde als de oude duiven — in het vliegseizoen een rijke, vetrijke mengeling met extra’s. Ze worden niet ingeënt en krijgen nooit medicijnen.
Het hele jaar rond trainen
Dagelijks gaan de duiven anderhalf uur naar buiten, het hele jaar door — alleen niet tijdens de vuurwerkperiode. Het openen en sluiten van de klep loopt op een tijdschakelaar, dus het weer buiten het vliegseizoen speelt geen rol. Roofvogels zijn af en toe een risico, maar vallen mee middenin de woonwijk waar het hok staat. Wel is te zien dat de duiven bij het zitten een plek zoeken van waaruit ze de omgeving goed kunnen overzien.
In het vliegseizoen trainen de duiven een tot twee keer per dag. De ervaring leert dat africhten en invliegen beter werken dan de duiven met een vlag in de lucht houden of ze van het dak schieten — dat kost alleen maar tijd tijdens de training. Nestduivinnen kunnen ochtend en avond wel even naar buiten, maar zijn dan vooral bezig snel weer op het nest te komen; in de middag naar buiten werkt beter, en een automatische klep is daarbij handig. De duiven gaan ook vaak mee naar het werk in Bergen op Zoom, 65 km over de weg — een perfecte extra training.
De opbouw naar de Marathonvluchten
Elk seizoen begint de afstand klein: de eerste africhting ligt meestal tussen 20 en 35 km van huis, meteen vanuit de auto gelost. Vandaar bouwt de afstand geleidelijk op met lokale trainingen van 30 tot 75 km — plekken als Wouw, Brecht, Kruiningen en Westerlo komen dan voorbij, soms in combinatie met een klantbezoek of een dagje uit. Pas als de Marathonvluchten dichterbij komen, schuift de training over naar de gezamenlijke inkorving in Hank: eerst een training van rond de 200 km, later oplopend tot 370 km — dezelfde afstand als de latere wedvluchten zelf. Zo wennen de duiven aan de mand, het konvooi en de duur van een echte vlucht, zonder dat het seizoen daar meteen om vraagt.