Africhten en training

De eerste Marathontraining van seizoen 2026, samen ingekorfd in Hank: 370 km, en alle tien onervaren jaarlingen keurig weer thuis.
De eerste Marathontraining van seizoen 2026, samen ingekorfd in Hank: 370 km, en alle tien onervaren jaarlingen keurig weer thuis.
De Barcelona- en Bressols-duiven nog één keer strak gezet: africhting vanuit Westerlo, circa 75 km, bij 26 graden. De eerst getekenden waren eerder thuis dan ikzelf.
De Barcelona- en Bressols-duiven nog één keer strak gezet: africhting vanuit Westerlo, circa 75 km, bij 26 graden. De eerst getekenden waren eerder thuis dan ikzelf.
Bergerac: twee duiven goed op tijd — knap van de jaarling die als jonge duif niet met de vereniging is afgericht, alleen een paar keer zelf tot 20 km weggebracht.
Bergerac: twee duiven goed op tijd — knap van de jaarling die als jonge duif niet met de vereniging is afgericht, alleen een paar keer zelf tot 20 km weggebracht.

Jonge duiven, zelf africhten

Verliezen bij jonge duiven en jonge-duivenziektes komen in dit hok nauwelijks voor. De jonge duiven krijgen alle tijd om rustig uit te groeien en worden als jonge duif zelf afgericht tot 65 km. Pas als jaarling gaan ze serieus aan de bak: dan voor het eerst de mand in met de vereniging, en uiteindelijk een kortere Marathonvlucht van 900 km.

De jonge duiven wonen in een hok met ren erbij, lekker buiten om uit te groeien. Qua voer krijgen ze hetzelfde als de oude duiven — in het vliegseizoen een rijke, vetrijke mengeling met extra’s. Ze worden niet ingeënt en krijgen nooit medicijnen.

Het hele jaar rond trainen

Dagelijks gaan de duiven anderhalf uur naar buiten, het hele jaar door — alleen niet tijdens de vuurwerkperiode. Het openen en sluiten van de klep loopt op een tijdschakelaar, dus het weer buiten het vliegseizoen speelt geen rol. Roofvogels zijn af en toe een risico, maar vallen mee middenin de woonwijk waar het hok staat. Wel is te zien dat de duiven bij het zitten een plek zoeken van waaruit ze de omgeving goed kunnen overzien.

In het vliegseizoen trainen de duiven een tot twee keer per dag. De ervaring leert dat africhten en invliegen beter werken dan de duiven met een vlag in de lucht houden of ze van het dak schieten — dat kost alleen maar tijd tijdens de training. Nestduivinnen kunnen ochtend en avond wel even naar buiten, maar zijn dan vooral bezig snel weer op het nest te komen; in de middag naar buiten werkt beter, en een automatische klep is daarbij handig. De duiven gaan ook vaak mee naar het werk in Bergen op Zoom, 65 km over de weg — een perfecte extra training.

De opbouw naar de Marathonvluchten

Elk seizoen begint de afstand klein: de eerste africhting ligt meestal tussen 20 en 35 km van huis, meteen vanuit de auto gelost. Vandaar bouwt de afstand geleidelijk op met lokale trainingen van 30 tot 75 km — plekken als Wouw, Brecht, Kruiningen en Westerlo komen dan voorbij, soms in combinatie met een klantbezoek of een dagje uit. Pas als de Marathonvluchten dichterbij komen, schuift de training over naar de gezamenlijke inkorving in Hank: eerst een training van rond de 200 km, later oplopend tot 370 km — dezelfde afstand als de latere wedvluchten zelf. Zo wennen de duiven aan de mand, het konvooi en de duur van een echte vlucht, zonder dat het seizoen daar meteen om vraagt.

20–35 km Eerste africhting, vanuit de auto
30–75 km Lokale trainingen: Wouw, Brecht, Westerlo
±200 km Eerste gezamenlijke inkorving in Hank
370 km Volledige Marathonafstand